Gillen in het tunneltje

We zijn weer terug in het land waar de fiets een vol­waardig ver­vo­er­mid­del is. In Gilling­ham stond onze straat elke ocht­end vol met auto’s die kinderen naar school bracht­en —  hier is het vooral spits op het fietspad. Vanocht­end hoorde ik een hoop her­rie en zag toen dat het kinderen waren die door een fiet­stun­nelt­je raas­den. Opeens herin­nerde ik me weer het uit­ge­lat­en gevoel: zo hard je kunt naar bene­den rij­den, voet­jes van de trap­pers en gillen maar.

Tussen al die fiet­sers kri­jg ik al snel het gevoel dat Ned­er­lan­ders heel milieu-bewust bezig zijn. Maar in het nieuwe boek van Mar­i­anne Thieme dat ik nu aan het lezen ben, valt me weer op dat de impact die wij als west­erse con­sumenten op de pla­neet hebben voor het groot­ste deel onzicht­baar is voor ons.

Een voor­beeld is waterge­bruik. Het is leuk en aardig om kort te douchen, maar de 60 liter water die ik per douchebeurt gebruik staat in geen ver­houd­ing tot de 1700 liter die nodig is voor de pro­duc­tie van de gemid­delde reep choco­la. In Ned­er­land is het water dat we thuis gebruiken maar 2% van onze totale water-voetafdruk (Van Oel et al, 2009). Veruit het groot­ste deel van ons waterge­bruik zit ver­stopt in de pro­duc­tieketen van ons voed­sel.

Irrigation in Ethiopia

Het tweede voor­beeld kwam ik deze week tegen in een doc­u­men­taire met de toepas­selijke titel Sea Blind. Bij­na alles wat ik koop, is van over de hele wereld aangevlo­gen of -gevaren. Negentig pro­cent hier­van wordt per schip ver­vo­erd maar de meeste mensen weten maar weinig af van deze sec­tor. Deze inter­ac­tieve kaart van Kiln helpt om dit wel zicht­baar te mak­en. Op de kaart staan alle con­tain­er­schep­en die in 2012 rond de wereld voeren. Je kunt op ‘play’ klikken voor een film­p­je met uit­leg.


Al deze schep­en die rond de wereld varen, dienen natu­urlijk ons gemak. We kun­nen tegen­wo­ordig kopen wat we willen, of het nu in de winkel is of online. Scheep­vaart is een relatief effi­ciënt trans­port­mid­del. Voor het kli­maat is er echter een prob­leem: De stookolie die wordt gebruikt is van lage kwaliteit en veroorza­akt behalve enorme CO2 uit­stoot ook andere soorten vervuil­ing. Als inno­vaties als schone brand­stof en gebruik van zon en wind een kans kri­j­gen, kan deze sec­tor een stuk milieu­vrien­delijk­er wor­den.

Er is steeds meer aan­dacht voor din­gen als de wat­er­af­druk van ons voed­sel of de CO2 uit­stoot van trans­port. En dat is logisch, want we moeten er ver­ant­wo­ordelijkheid voor nemen. Maar lat­en we ons niet alleen druk mak­en over de uit­wassen, maar juist over het fun­da­ment van onze con­sump­tiemaatschap­pij.

Je kunt een bewuste con­sument zijn en proberen zo veel mogelijk lokale pro­ducten te kopen of weinig vlees te eten, maar uitein­delijk leeft onze hele maatschap­pij op veel te grote voet. De grote wereld­wi­jde ongelijkheid tussen arm en rijk, de buiten­pro­por­tionele macht van multi­na­tion­als en de verni­etig­ing van eco-sys­te­men is niet een soort economisch nood­lot; het is ontstaan uit hele con­crete poli­tieke keuzes. Dat betekent dat we het ook kun­nen veran­deren. En daar­voor hebben we elka­ar nodig: het bedri­jf­sleven, activis­ten, politi­ci, en niet te ver­geten mensen op fiet­sen, gillend in het tun­nelt­je.

Verder lezen: