Het moet wel leuk blijven

Ik fiets door Aberdeen met een tas vol bood­schap­pen aan mijn stu­ur. Ik ben bij de Lidl geweest, waar bijvoor­beeld de bloemkool en cour­gettes zon­der ver­pakking te koop zijn. Veg­an­is­tisch en plas­ti­cloos bood­schap­pen doen op de fiets, kan het milieu­vrien­delijk­er? Maar het warme, deugdzame gevoel bli­jft uit.

In plaats daar­van voel ik boosheid opkomen. Op de plek waar ik een tijd­je gele­den plas­tic heb ger­aapt, begint het afval zich alweer op te hopen. Een vlieg­tu­ig scheert laag over, waarschi­jn­lijk voor de helft gevuld met medew­erk­ers van Shell. Grote SUV’s razen langs me heen. Iedereen beaamt dat we moeten lev­en bin­nen de gren­zen van de pla­neet, met respect voor niet-menselijk lev­en. Waarom doen we het dan niet?

Een deel van het antwo­ord ligt in het feit dat we alleen bereid zijn onze lev­enssti­jl aan te passen zolang het ons niet teveel kost. Dat geldt ook voor mezelf. Ik heb vorige week een sol­lic­i­tatiege­sprek gehad met een organ­isatie in Ned­er­land. Gelukkig kon dat op afs­tand, maar ik zou daar zo voor in het vlieg­tu­ig zijn gestapt.

Babette Porceli­jn heeft een geweldig boek geschreven, ik raad het iedereen aan. Maar als iemand ervoor kiest om koud te douchen en veg­an­is­tisch te eten, noemt ze dat ‘ecorex­ia’. Met andere woor­den: Het moet wel leuk bli­jven. Mensen veran­deren hun gewoontes alleen als de nieuwe manier van lev­en wordt gep­re­sen­teerd als hip, lekker en com­fort­a­bel.

Ik ben geen veg­an­ist vanu­it een soort masochisme, maar ook niet omdat ik het zo lekker, trendy en gezond vind. Voor mij is het een morele keuze. Het­zelfde geldt voor plas­tic. Ik ben me deze 40 dagen tijd bewust gewor­den van de prob­le­men die veroorza­akt wor­den door plas­tic ver­pakkin­gen. Daarom ben ik nu bereid wat meer moeite te doen voor mijn bood­schap­pen. Als je een­maal weet welke impact jouw lev­enssti­jl heeft op de aarde en de dieren, pas je je gedrag daar toch op aan?

Ik weet dat milieuactivis­ten en veg­an­is­ten vaak wordt ver­weten dat ze doemscenario’s schet­sen en dat dat niet effec­tief is. Dat is hele­maal waar. Maar van­daag ben ik niet redelijk. Van­daag ben ik boos.

Wat geeft ons het recht om ons eigen gemak en plezi­er te stellen boven het welz­i­jn van de ocea­nen, de oer­wouden, de miljoe­nen dieren in de inten­sieve vee­houd­er­ij? Het is absurd, het is hoog­moed. Het mooie is dat als we onze beschei­den plaats weer vin­den, lev­en bin­nen de gren­zen van de pla­neet geen altruïsme of offer is. Joan­na Macy noemt dat “Green­ing of the Self”, je iden­ti­fi­ceren met al het lev­en op aarde. Ik kan alleen maar hopen dat we als men­sheid onze band met de aarde zullen heront­dekken, en dat er een einde zal komen aan de destruc­tie.

De cri­sis die onze pla­neet bedreigt, of je nu naar de mil­i­taire, ecol­o­gis­che of sociale aspecten kijkt, komt voort uit een dis­func­tion­eel en pathol­o­gisch begrip van het zelf. Het komt voort uit een mis­vat­ting over onze plaats in de orde der din­gen. Het is de illusie dat het zelf zo afgeschei­den en breek­baar is dat we haar gren­zen moeten afbak­e­nen en verdedi­gen; dat het zo klein en zo behoeftig is dat we steeds maar meer nodig hebben en ein­de­loos con­sumeren; en dat we als indi­viduen, bedri­jven, nati­es­tat­en of soort immuun kun­nen zijn voor wat we andere wezens aan­doen.

Joan­na Macy, in: Spir­i­tu­al Ecol­o­gy — the Cry of the Earth (Mijn ver­tal­ing)